Golflijnprincipe

Colin Archer benaderde het ontwerpen van schepen vanuit een wetenschappelijke context. Zijn belangstelling ging dan ook uit naar een pionier op dit gebied, de Zweed Fredrik Henry Chapman (1725-1802) die in een studie de relatie onderzocht tussen snelheid van fregatten en grafieken van de oppervlakte van dwarsdoorsneden onder de waterlijn. In combinatie met de lengte van de waterlijn is hiermee iets te zeggen over waterverplaatsing van het schip.

  

 De Britse ingenieur John Scott Russel (1808-1882) onderzocht de relatie tussen snelheid en de vorm van voor- en achterschip. Russel onderscheidde twee verschillende golfsoorten bij de beweging van een schip door water; de boeg- en de hekgolf. Hoe kleiner beide golven hoe minder energie in het verplaatsen van water gaat zitten. De vorm van boeg en achterschip moest daartoe zo veel mogelijk corresponderen met de curve van de respectievelijke golfsoorten. Dit vatte Russel samen in zijn wavelinetheorie of golflijnprincipe.  Ook Russel heeft grote invloed gehad op de ontwerpen van Colin Archer.

Colin Archer was niet toegerust om uitgebreid wetenschappelijk onderzoek te doen, toch meende hij door observaties van schepen een combinatie te moeten maken van het gedachtengoed van Russel en Chapman. Dit leidde tot een gemodificeerde wavelinetheorie die hij vanaf halverwege de 70er jaren van de 19e eeuw toepaste op al zijn ontwerpen. In deze theorie speelde de fullnessfactor voor voor- en achterschip een belangrijke rol als variabele, afhankelijk van de functie van het schip. (stabiliteit vs. snelheid) De gedachten van Colin Archer over scheepsontwerpen staan nog steeds.